time icon
Ma t/m Vr: 8.30 uur – 19.30 uur, vrijdagavond vanaf 17.00 uur gesloten.
Zaterdag: 9.00 uur – 15.00 uur
time icon
Afspraak: 0320- 748054
Spoed: 0900 – 2424242
Afspraak maken

Vaccineren


Vaccinatie van de pup

Pups hebben een onderontwikkeld afweerapparaat. Gelukkig krijgen ze van hun moeder de nodige bescherming mee in de vorm van zogenaamde maternale antilichamen. Deze maternale antilichamen zitten in de eerste moedermelk, de biest. De eerste 48 uur na de geboorte kunnen de darmen van de pups deze antilichamen opnemen, daarna “sluit” de darmwand zich voor deze stoffen. Een goede vaccinatiestatus van het moederdier is dus erg belangrijk, zodat zij de antilichamen uit haar lichaam via de biest aan haar pups kan overdragen.

De maternale antilichamen hebben een beperkte levensduur en nemen geleidelijk af. Hoewel de maternale antilichamen belangrijk zijn in de bescherming van de pup, zorgen ze er helaas ook voor dat vaccinaties hun werk niet goed kunnen doen. Dit komt doordat de maternale antilichamen de virusdeeltjes die in vaccins zijn verwerkt wegvangen. Hierdoor kan de pup onvoldoende antilichamen aanmaken na toedienen van een vaccin.
De minimale hoeveelheid maternale antilichamen waarbij een vaccin zijn werk wél kan doen, ligt lager dan de minimale hoeveelheid antilichamen die bescherming biedt tegen infecties door “in het wild” voorkomende virussen. Dat betekent dat er voor elke pup een periode is waarin vaccins nog niet kunnen aanslaan door de maternale immuniteit, maar de eigen productie van antistoffen nog niet genoeg is om infecties tegen te gaan. Dit wordt de immuniteitskloof genoemd.

Wanneer deze immuniteitskloof zich precies voordoet is voor elke pup verschillend. Daarom is er een vaccinatieschema opgesteld waarin pups op 6, 9 en 12 weken worden gevaccineerd. Dit om de onvoorspelbare immuniteitskloof zo goed mogelijk af te dekken en pups een zo goed mogelijke bescherming te geven in deze kwetsbare periode.
Na deze vroege vaccinaties, volgt er nog een booster vaccinatie op 1 jaar leeftijd.

Wij hanteren het volgende vaccinatieschema voor pups:

  • 6 weken parvovirus en hondenziekte (distemper)
  • 9 weken parvovirus, ziekte van Weil (leptospirose) en kennelhoest
  • 12 weken parvovirus, hondenziekte, leverziekte (hondenhepatitis virus), ziekte van Weil

De booster vaccinatie op 1 jaar leeftijd

De booster vaccinatie op 1 jaar leeftijd bestaat uit: parvovirus, hondenziekte, leverziekte en ziekte van Weil.
De kennelhoest vaccinatie is het advies voor sociaal actieve honden, hiermee doelen we op honden die veel contact hebben met andere honden. Daarnaast is de kennelhoest vaccinatie meestal verplicht voor honden die meegaan met een uitlaatservice of in een pension moeten verblijven tijdens vakanties van hun baasje.

Rabiës vaccinatie

Wanneer u uw pup mee wilt nemen naar het buitenland, moet deze tenminste drie weken van tevoren een rabiës (hondsdolheid) vaccinatie krijgen. Dit vaccin mag bij een pup vanaf 12 weken leeftijd toegediend worden. Dit betekent dat pups op z’n vroegst op 15 weken leeftijd over onze landsgrens vervoerd mogen worden.
Voor sommige landen gelden nog strengere en aanvullende regels, bijvoorbeeld voor de wijze waarop honden in de auto vervoerd moeten worden of een muilkorf verplichting.

U kunt alle regels terugvinden op www.licg.nl onder het kopje ‘Reizen en vakantie’.

Vaccinatie van de volwassen hond

In Nederland hanteren we bij de hond een vaccinatieschema. In dit vaccinatieschema zijn een aantal basisvaccins opgenomen, namelijk: parvovirus (CPV), leverziekte (hepatitisvirus, HCC, CAV), hondenziekte (distemper, CDV), para-influenza (Pi) en de ziekte van Weil (leptospirose). Aanvullende vaccins tegen bijvoorbeeld kennelhoest (KC) en hondsdolheid (rabiës), kunnen indien nodig toegepast worden. Kennelhoest bijvoorbeeld bij sociaal actieve honden, honden die meegaan met uitlaatservice en honden die naar een pension gaan. Rabiës wanneer een hond mee gaat naar het buitenland.

Vaccinatie tegen de ziekte van Weil en, indien nodig, kennelhoest worden jaarlijks herhaald. De overige vaccins hebben een minimale werkingsduur van 3 jaar en worden dus elke 3 jaar herhaald.

Het standaard vaccinatie schema van de hond ziet er als volgt uit:



Dit standaard vaccinatieschema geeft een praktische en doeltreffende bescherming van uw hond tegen bovengenoemde aandoeningen en draagt bij aan een goede populatie immuniteit.


Titeren

De bescherming tegen de diverse virussen waarvoor gevaccineerd wordt kan langer aanhouden dan op basis van de bijsluiter van de fabrikant verwacht kan worden.
Voor het individuele dier kan men nagaan of hervaccinatie volgens het standaard schema nodig is.
Dit kan door middel van bloedonderzoek, waarbij wordt bepaald of er op het moment van testen nog voldoende antilichamen tegen de betreffende aandoening in het lichaam aanwezig zijn. Deze test is mogelijk voor parvo, hondenziekte en leverziekte. Het is niet mogelijk om te titeren voor leptospirose of para-influenza. Bovendien is van het leptospirose vaccin bekend dat dit slechts een jaar bescherming biedt en moet daarom jaarlijks herhaald worden.
De hoogte van de titer is een momentopname en is geen maat voor de nog te verwachten beschermingsduur. Er kan geen garantie worden gegeven over de beschermingsduur na een voldoende hoge titer op het moment van testen.
De WSAVA (World Small Animal Veterinary Association) richtlijn geeft momenteel echter aan dat bij volwassen gevaccineerde dieren met een aangetoonde voldoende bescherming door titerbepaling de test pas na drie jaar weer herhaald hoeft te worden. Dit kan tot twee keer toe herhaald worden. Na een tweede termijn van drie jaar niet vaccineren op basis van titerbepaling, is het advies om jaarlijks te hertesten. Dit jaarlijks hertesten geldt ook als advies voor honden ouder dan 10 jaar, in verband met de afnemende immuniteit op oudere leeftijd.

Voor honden van eigenaren die vaccinaties tot een minimum willen beperken en voor honden die last hebben van bijwerkingen van vaccinaties kan titeren uitkomst bieden.
Nadeel is dat de diverse vaccinatiecomponenten (nog) niet allemaal los verkrijgbaar zijn en bij een onvoldoende titer voor één van de aandoeningen, mogelijk meer aandoeningen opnieuw gevaccineerd dienen te worden. Bovendien krijgt de eigenaar van het dier in het geval van een onvoldoende titer te maken met kosten voor zowel de titerbepaling als het vaccineren. Titeren is op dit moment over het algemeen kostbaarder dan hervaccineren volgens het standaard vaccinatieschema.

Voor honden jonger dan één jaar zitten er nog aanvullende nadelen aan vaccineren op basis van titerbepalingen en dit raden wij daarom af.

(bron: Hond en kat vaccineren of eerst serologisch testen? Consensus n.a.v. een rondetafelgesprek, Paul Overgaauw, Marco Bouwmans, Herman Egberink)



De laatste berichten

13
jun

Dierenzorg Club Lelystad, wordt u ook lid?

Dierenzorg Club Lelystad (DCL) voor een gezond en zorgeloos...

Bekijk alle informatie

Splitsen

Copyright © 2021 | Dierenartsencentrum Lelystad